agrarisch gebied (TSOP)
lezing

Agrarisch gebied

26/08/2016
19:30
rode zaal

Keynote: Ben Koks

Is er na 25 jaar bescherming nog perspectief voor de grauwe kiekendief in Nederland?

Van een monomane vogelaar geëvolueerd naar een monomane kiekendiefadept. Om kiekendiefadept te worden moet je echter eerst afleren om alleen vogelaar te zijn. Daarvoor is het onvermijdelijk om je te verdiepen in landbouwsystemen, veldmuizencycli, sprinkhanen, gele kwikstaartjes en vooral ook boeren. Zonder boeren in onze door neoliberaal denken verarmde landschappen immers geen grauwe kiekendieven, veldleeuweriken of ruigpootbuizerden. Op de vleugels van 26 jaar bescherming én onderzoek naar de meest elegante roofvogel van Europa geeft Ben Koks een doorkijkje naar nieuwe perspectieven voor akkervogels in Nederland. Vergeet de obligate akkerrandjes, en maak de sprong naar een vergezicht dat vanuit de praktijk is ontstaan.

 

Sven Teurlincx

Diversiteit van sloten in veenweide polders

Agrarisch gebied in laag Nederland is doorkruist met sloten. Sloten, die vaak gezien worden als een soort openlucht rioolpijp waardoor vooral water moet worden afgevoerd. Maar deze sloten zijn ook vanuit oppervlaktewaterkwaliteit en ecologie van belang. De individuele sloot herbergt een beperkt aantal soorten, maar wat als we de polder als geheel beschouwen? Is de regionale diversiteit hoog? En komt dit door een of twee natuurbeheerde sloten in de polder? Of dragen de afvoerkanalen langs agrarische percelen ook wel bij? En hoe verhoudt ecologische waterkwaliteit zich eigenlijk tot biodiversiteit in een polder?

 

Jeroen Onrust

Hoe een Kemphaan een regenworm vangt

Kemphanen op doortrek in Nederland moeten veel regenwormen eten. ’s Nachts zijn regenwormen volop beschikbaar, maar Kemphanen slapen dan. Waarom maken ze geen gebruik van dat aanbod?  Kunnen ze ’s nachts geen wormen vinden of spelen er andere factoren mee?

 

Leen Heemskerk

Zwarte sternen in Noordwest-Utrecht

De zwarte stern kwam voorheen algemeen voor maar is in de periode tot 1980 sterk achteruit gegaan. Na 1980 zijn de aantallen van de soort gestabiliseerd, maar wel op een veel lager niveau. In het veenweidegebied van Noordwest-Utrecht werd rond 1980 het aantal broedparen nog maar geschat op twintig. De oprichting van Agrarische natuurvereniging “de Utrechtse Venen” in 1998 maakte het mogelijk om gestructureerd te gaan werken aan verbetering van de leefomstandigheden en met succes. De afgelopen vijf jaar bedroeg het aantal broedparen gemiddeld 225. Joost Tinbergen heeft gekeken de achterliggende elementen van dat succes en Leen Heemskerk zal daar wat over vertellen.

 

Nico Beemster

Terugkerende veldmuizenplagen in Nederland

In 2014-2015 deed zich in Fryslân en op beperkte schaal ook elders in Nederland een uitzonderlijk grote veldmuizenplaag voor. Een grote schadepost voor de boeren, maar een geweldig interessant natuurfenomeen. Roofvogels, uilen, reigerachtigen en kleine roofdieren profiteerden enorm van de muizenplaag. De uitbraak kon met behulp van satellietbeelden en schademeldingen van agrariërs goed in beeld worden gebracht. Er zijn meerdere risicofactoren aan te wijzen voor een veldmuizenuitbraak. Zo wordt de kans op een uitbraak vergroot door droge en warme winters, een grote drooglegging, het ontbreken van beweiding, de afwezigheid van predatoren en de fase van de veldmuizencyclus. Als strategie voor de toekomst wordt aanbevolen om te werken volgens een geïntegreerde aanpak, waarbij verschillende, vooral preventieve maatregelen worden ingezet in combinatie met een signaleringssysteem.

 

Henk Jan Ottens

Is de vrije val van de veldleeuwerik in agrarisch gebied tegen te houden?

Niemand vond in Nederland zoveel nesten van veldleeuweriken als Henk Jan Ottens. Onderzoek ten dienste van pragmatische oplossingen om de soort in grootschalig akkerland te behouden waarbij het testen van maatregelen zoals akkerranden, vogelakkers, welke akkerbouwgewassen in trek zijn en bijvoorbeeld uitgesteld maaibeheer centraal staan. In het onderzoek is onder andere gebruik gemaakt van radiozendertjes om het habitatgebruik in de broedperiode nauwgezet te kunnen volgen.

De lezing zal zijn doorspekt met sappige anekdotes en neemt de toehoorders mee naar de lol van systematisch opgezet veldwerk, de weerbarstigheid van het moderne landbouwsysteem en de romantiek van de veldleeuwerik, die immers al met passie door niemand minder dan William Shakespeare de hemel in werd geprezen…